Wanneer moet je kopen, en wanneer verkopen? Veel beginnende beleggers proberen het perfecte moment te vinden. In dit artikel lees je waarom dat zo lastig is, en wat je in plaats daarvan kunt doen.
Je hoort het vaak: “Time in the market beats timing the market.” Vrij vertaald: hoe lang je belegt, is belangrijker dan het moment waarop je in- of uitstapt.
Het idee is simpel. Je probeert niet te raden wanneer de koersen stijgen of dalen. Je belegt, en je geeft je beleggingen de tijd.
Niemand weet van tevoren wanneer de beurs piekt of daalt. Ook professionals niet. Wie uitstapt om een daling te ontlopen, moet daarna ook nog het goede moment kiezen om weer in te stappen. Dat zijn twee gokken in plaats van één.
Daar komt iets bij: de beste beursdagen liggen vaak vlak na de slechtste. Wie in paniek verkoopt, mist daardoor soms juist het herstel.
J.P. Morgan Asset Management rekende het na in de Guide to Retirement 2025. Wie in de 20 jaar daarvoor de 10 beste dagen op de beurs had gemist, haalde bijna de helft minder rendement per jaar dan wie bleef zitten.
Dat zijn cijfers uit het verleden. Ze zeggen niets over wat de beurs in de toekomst doet.
Nee. De beurs schommelt, en dat hoort erbij. Ook over een lange periode kun je verlies maken. In het verleden was de kans op verlies over een lange periode wel kleiner dan over één jaar. Maar een garantie is dat niet.
Een voorbeeld: stel, je belegt € 5.000 en een jaar later is dat € 4.300 waard. Verkoop je dan, dan staat het verlies vast. Blijf je zitten, dan heb je kans op herstel. Maar de koers kan ook verder dalen. Beleg daarom alleen met geld dat je een lange tijd niet nodig hebt.
Je hoeft geen expert te zijn. Lees eerst hoe begin ik met beleggen en wat zijn de risico's van beleggen. Dan weet je waar je aan begint.